BLOG

Dieren, homeopathie & meer

By Diane Sari 19 Jul, 2017

Ik heb onlangs de opleiding HDT gedaan en mag me nu HDT therapeut noemen (Homeopathic Detox Therapist). Naast de klassiek veterinaire homeopathie is dit een mooie aanvulling voor behandelingen in mijn praktijk.

De meeste mensen zijn min of meer bekend met het begrip detox of ontstoren, wat staat voor “ontgiften, het wegnemen van kwalijke gevolgen”. In het lichaam opgeslagen afvalstoffen worden verwijderd met natuurlijke middelen zoals kruiden, sappen en poeders.

HDT staat voor Homeopathic Detox Therapy. Het is een voor mensen ontwikkelde behandelmethode die ook voor dieren uiterst effectief is als er sprake is van een blokkade in de behandeling waardoor deze stagneert, of waardoor het dier terugvalt in klachten. De behandelmethode is gericht op het reinigings- en herstelproces van het lichaam op celniveau.

Verstoringen in lichaamsprocessen die voortkomen uit belastende stoffen ten gevolge van vaccinaties, reguliere medicatie, intoxicaties, antiparasitaire middelen en ziektes, worden tijdens de behandeling stap voor stap ontstoord. Dit gebeurt met gepotentieerde homeopathische middelen die snel, zacht, diep en effectief werken.

Ook dieren kunnen goed met deze HDT-methode behandeld worden; vanaf de geboorte en zelfs daarvoor al komt een dier in aanraking met stoffen die belastend kunnen zijn voor het lichaam. Die kunnen blokkades, verstoringen en complexe ziektebeelden gaan vormen. Het ontstoren hiervan vormt een belangrijk onderdeel van een homeopathische veterinaire behandeling.

Meestal worden vier verschillende potenties in een opeenvolgende reeks gebruikt om de gevolgen van de toxische stoffen of ziektes op te heffen. Indien nodig gebeurt dit in combinatie met voedingssupplementen en voedingsadvies. Orgaanfuncties worden hersteld zodat gezondheidsproblemen verminderen of verdwijnen. 

Blootstelling aan externe belastende stoffen hoeft niet altijd tot een blokkade te leiden. Het lichaam heeft uitstekende manieren om deze toxische stoffen af te voeren, maar gaandeweg kunnen ze zich opstapelen en als het lichaam deze niet meer voldoende af kan voeren wordt  het immuunsysteem van het dier aangetast. Hierdoor kunnen op den duur (chronische) klachten ontstaan. Omdat ieder dier anders is zal de één hier meer of sneller last van hebben dan de ander.

Voorbeelden van veel voorkomende belastende stoffen bij dieren zijn onder andere hormonen, corticosteroïden, verdoving bij operaties, antibiotica, hormoonzalf, vaccinaties, pijnstillers, anti parasitaire middelen en de gevolgen van niet optimale voeding. Met HDT kunnen langdurig bestaande klachten en ernstige chronische ziekten zoals huidklachten, allergieën, maagdarmklachten, ontstekingsgevoeligheid, artrose of auto immuun aandoeningen sterk verbeteren.  Maar ook acute en chronische gevolgen van bijv. vaccinaties kunnen goed worden behandeld.

Binnen de HDT wordt gewerkt vanuit het principe dat externe belastende stoffen een laag veroorzaken die eerst moet worden behandeld voordat genezing kan plaatsvinden.

Deze lagen zijn:

1. Corticosteroïden

2. Vaccinaties

3. Antibiotica en NSAIDs

4. Anesthetica, narcose

5. Ontwormmiddelen

6. Middelen tegen teken en vlooien

7. Overig: darmbalans, immuunsysteem


1.Corticosteroïden

Dexamethason, Prednisolon, Methylprednisolon (Moderin) en Cortison behoren tot de groep van synthetische corticosteroïden. Dit zijn hormoonachtige stoffen, die qua bouw en werking lijken op de natuurlijke corticosteroïden die het lichaam zelf maakt.

Corticosteroïden onderdrukken het afweersysteem, ze hebben een ontstekingsremmende en anti-allergische werking en worden voorgeschreven bij ziekten waarbij ontstekingen een rol spelen zoals huidaandoeningen, reumatoïde artritis, maagdarmontstekingen en auto-immuunziekten.

In de bijnieren worden de corticosteroïden cortisol en aldosteron gemaakt. Deze hormonen hebben een belangrijke werking in het lichaam. Aldosteron beïnvloedt de hoeveelheid water en zouten in het lichaam van de hond en Cortisol, ook wel het stresshormoon genoemd, beïnvloedt de stofwisseling van de hond. De werking van synthetische corticosteroïden is veel sterker dan de natuurlijke vormen.

Bekende bijwerkingen van Prednison en andere corticosteroïden zijn: veel drinken en daardoor veel plassen, erge honger (vraatzucht), hijgen en verandering in gedrag (soms vrolijker, vaker slomer).

Klachten die kunnen ontstaan na langdurig corticosteroïden gebruik zijn o.a. verminderde wondgenezing en verhoogde kans op infecties, osteoporose, spierafbraak, gevoelige en dunne huid, slechte vacht en kaalheid, immuun deficiëntie, gebrek aan energie, gewichtstoename, diabetische klachten, futloosheid en uitblijven van de loopsheid.

2.Vaccinaties

De hoeveelheid vaccins die aan dieren gegeven worden hebben ervoor gezorgd dat we op het punt zijn beland dat een grote groep dieren een overbelast immuunsysteem heeft. De "one size fits all" benadering van vaccins is problematisch voor veel dieren. Elk dier is in essentie uniek, wat betekent dat zijn of haar immuunsysteem ook uniek is. Maar vaccinatieschema's en doses die gebaseerd zijn op uniformiteit houden hier geen rekening mee, waardoor het immuunsysteem van dieren zwaar overbelast wordt. 

Er zijn een aantal belangrijke verschillen tussen een natuurlijke besmetting en vaccinatie.

*Het immuunsysteem bestaat uit 2 belangrijke delen, de humorale en de cellulaire afweer. Door vaccinaties treedt er een geforceerde verschuiving van cellulaire naar humorale afweer op, wat tot verzwakking van het immuunsysteem leidt.

*Bij vaccinatie wordt meestal de primaire afweer (huid en slijmvliezen) overgeslagen. De ziektekiemen worden met een naald in het lichaam ingebracht waardoor alleen het secundaire immuunsysteem wordt geactiveerd (het aanmaken van antilichamen). Het immuunsysteem wordt hierdoor direct belast. Bovendien wordt deze procedure een aantal keren herhaald (boosters en jaarlijkse herhaling van vaccinaties), wat leidt tot bovenmatige stimulering van het immuunsysteem. Normaal gesproken reageert het lichaam bij een natuurlijke herbesmetting eerst met lokale antistoffen en krijgt de ziekteverwekker veelal geen kans het lichaam verder binnen te dringen.

*Door de manier van bereiden van vaccins wordt de structuur van virussen kapotgemaakt en wordt het immuunsysteem blootgesteld aan viraal DNA of RNA. Dit leidt wel tot een massaproductie van antilichamen hiertegen, maar door de grote gelijkenis van dit materiaal met lichaamseigen materiaal kan een auto-immuunreactie ontstaan. Bij bacteriën (bijvoorbeeld Leptospirose) werkt dit anders: antistoffen richten zich op de celwand en niet  op het DNA of RNA. Een auto-immuunreactie is daarom minder snel te verwachten, maar wel allergieën en anafylactische reacties na (herhaaldelijke) vaccinatie.

*Aan een vaccin worden, behalve de ziektekiemen, nog andere stoffen toegevoegd om de werkzaamheid van het vaccin te verhogen, om het vaccin vrij te houden van bij besmetting, en/of om het vaccin te stabiliseren. Deze toegevoegde stoffen zijn vaak toxisch en in veel gevallen verantwoordelijk voor de bijwerkingen die na vaccinatie kunnen optreden.

*Nog een belangrijk verschil is dat vaccins vaak bestaan uit een combinatie van verschillende virussen en bacteriën. Het lichaam wordt aan meerdere ziektekiemen tegelijk blootgesteld, waardoor het immuunsysteem extra zwaar belast wordt.

Omdat het immuunsysteem na vaccinatie heel hard aan het reageren is om genoeg antilichamen te maken heeft het geen tijd om andere dingen te doen. Omdat de weerstand tegen andere indringers op dat moment lager is zien we geregeld na vaccinatie een ontsteking optreden. Beginnende tumoren kunnen ineens gaan groeien omdat het immuunsysteem de afwijkende cellen niet op tijd vernietigt.

Daarnaast kunnen er allergische reacties optreden door de toevoegingen aan de entstof. Dat kan gering zijn, zoals zwelling op de plaats waar is gevaccineerd, tot ernstige reacties als opzwellen van de gehele kop tot aan shock en overlijden van een dier.

Het immuunsysteem kan ook dusdanig ontregeld raken dat het niet meer weet wat wel of geen lichaamseigen cellen zijn, met auto-immuunziektes als gevolg. Inmiddels is algemeen erkend dat AIHA (Auto-Immuun-Hemolytische-Anemie) veroorzaakt kan worden door vaccinatie. Dat is een ziekte waarbij het immuunsysteem de eigen rode bloedcellen afbreekt met bloedarmoede tot gevolg.

Andere klachten die in verband worden gebracht met vaccinaties:

Huidklachten, tumoren, epilepsie, artritis, pancreatitis, diabetes, hyper- en hypoactiviteit, agressie, angsten, vervreemding, gedragsproblemen, schildklieraandoeningen, mutaties, allergieën, vruchtbaarheidsproblemen.

3. Antibiotica

Antibiotica betekenen letterlijk: “tegen het leven”. Antibiotica doden ziekteverwekkende bacteriën en zorgen er zo voor dat deze bacteriën zich niet verder in het lichaam kunnen verspreiden. Het grootste nadelige effect van antibiotica is dat het niet alleen de ziekmakende bacteriën doodt maar ook de bacteriën die nodig zijn voor een gezonde darmflora, waardoor de balans wordt verstoord. In de darmen bevindt zich 80% van het immuunsysteem. De darmen hebben talloze interacties met verschillende organen en staan in verbinding met de hersenen. In de darmen worden ziekteverwekkers herkend en wordt het immuunsysteem in werking gezet. Bij een langer durende verstoring van de darmflora raakt de eerste darmbarrière beschadigd en deze wordt op den duur doorlaatbaar. Schadelijke gisten en schimmels krijgen de kans om te groeien en kunnen door de darmwand lekken, samen met andere schadelijke stoffen. Dit wordt het leaky gut syndroom genoemd, ofwel lekkende darmen.

Hierdoor wordt het immuunsysteem geactiveerd en er ontstaat een langdurige productie van ontstekingsstoffen die naar alle organen en barrières in het lichaam worden vervoerd. Dit zijn laaggradige ontstekingen: ontstekingen waarbij het immuunsysteem aan het werk blijft omdat de ontsteking chronisch is. Het immuunsysteem draait overuren en dit kan resulteren in bijvoorbeeld een auto-immuunziekte. Dit proces kost veel energie die eigenlijk nodig is voor andere organen en processen. Er ontstaan eerst problemen in de darmen (bijvoorbeeld diarree), maar op termijn kunnen allerlei organen aangedaan raken. Pups die al op jonge leeftijd antibiotica toegediend krijgen lopen het risico om een niet optimale darmflora te ontwikkelen. Onderzoeken hebben aangetoond dat dit onder andere kan leiden tot obesitas.

Door antibiotica gebruik kunnen klachten op alle niveaus ontstaan: 

Huidproblemen en allergieën, ontstekingen in het hele lichaam zoals oog- en oorontsteking, maar ook lever en nier ontstekingen en auto-immuunziekten. 

Naast het ontgiften van de antibiotica is het opbouwen van de darmflora een belangrijk onderdeel van de HDT behandeling.

NSAIDs, niet-steroide ontstekingsremmers

NSAID’s hebben een ontstekingsremmend, pijnstillend en koortsverlagend effect. Ze worden vaak toegepast bij acute pijn of chronische (gewrichts) pijn zoals artrose.

NSAID's zijn medicijnen die door middel van remming van het cyclo-oxygenase-eiwit (COX) de vorming van prostaglanines in het lichaam remmen. Prostaglandines stimuleren de waarneming van pijn, verhogen de lichaamstemperatuur (koorts) en zorgen dat bloedvaten open gaan staan (roodheid bij een ontsteking). Door het toedienen van NSAIDs neemt het lichaam de pijn en ontsteking niet meer waar.

Prostaglandines zijn betrokken bij de opbouw van het maagslijmvlies. Doordat NSAID's de vorming van prostaglandines remmen, wordt het maagslijmvlies steeds dunner en kan het gemakkelijk geïrriteerd raken door het maagzuur met chronische maagklachten tot gevolg. NSAID's dienen daarom met voorzichtigheid te worden gegeven.

4. Narcose, anesthetica

Bepaalde anesthetica die bij mensen niet meer mogen worden toegepast zoals ketamine worden bij dieren nog wel gebruikt en kunnen leiden tot ernstige gedragsproblemen. Na narcose zie je vooral leverklachten. Ook zie je mentale klachten, het geleerde gedrag kan bijvoorbeeld verdwijnen. Dieren die dingen niet meer snappen of gedesoriënteerd zijn, of een verstoord dag en nachtritme.

5. Ontwormmiddelen

Regulier wordt het advies gegeven om honden 4 keer per jaar te ontwormen, waarbij pups vanaf de leeftijd van 2 weken elke 2 weken ontwormmiddel toegediend krijgen tot de leeftijd van 10 weken en daarna elke maand tot de leeftijd van 6 maanden. De meeste ontwormmiddelen worden toegediend in tabletvorm.

Preventief ontwormen is echter zinloos, een worminfectie kan immers op elk moment opgelopen worden. Bovendien is iedere ontworming een aantasting van het darmslijmvlies en kunnen frequent toegediende orale ontwormmiddelen dezelfde gevolgen hebben voor de darmflora als antibiotica en leiden tot leaky gut syndroom en weerstandproblemen.

Uit een 2 jarige studie naar het vóórkomen van wormen in honden in Nederland waarbij ontlasting van 2000 honden maandelijks onderzocht werd blijkt dat minder dan 10% van de honden in Nederland is besmet met wormen.

De meest voorkomende klachten na ontworming zijn braken en diarree. Daarnaast worden klachten als jeuk, speekselvloed, ataxie, neurologische verschijnselen, oedeem met name in en rond de bek, verminderde eetlust, versnelde hartslag en depressie gezien. In uitzonderlijke gevallen kan een hond in shock raken.

Het opbouwen van de darmflora is ook hier een belangrijk onderdeel van de HDT behandeling.

6. Anti parasitaire middelen

De stoffen die in deze middelen zitten verlammen teken en vlooien maar blijken ook neurologische verschijnselen bij honden te kunnen veroorzaken met als gevolg een stoornis van het centraal zenuwstelsel, apathie, epilepsie, ataxie.

Daarnaast komt voor: verhoogd bloedsuikergehalte, onregelmatige hartslag, langzame, oppervlakkige ademhaling, trillen, speekselvloed en kwijlen, anorexie, abnormale pupilverwijding, blindheid en desoriëntatie.

Verder is een bij honden vaak waargenomen bijwerking braken, dat meestal in de eerste 48 uur na dosering optreedt.

Langdurig gebruik kan verstoring geven in het hormoonsysteem ten gevolge van een verhoogde oestrogeenspiegel, wat bijvoorbeeld tot prostaatproblemen, onvruchtbaarheid en een onregelmatige cyclus kan leiden.

Een van de meest omstreden middelen van dit moment is het middel Bravecto dat Fluralaner bevat. Bijwerkingen die in verband gebracht worden met Bravecto zijn o.a.:

Bloedarmoede, verhoogde witte bloedcellen, ontstekingen, vermoeidheid, gedragsverandering, diarree en darmontsteking, hartritmestoornissen, alvleesklierontsteking. Hoge koorts, lever en nier functiestoornissen, spierzwakte, epilepsie.

7. Overig: darmbalans, immuunsysteem

Een goede darmflora en een goed werkend immuunsysteem zijn een belangrijke basis voor de gezondheid van een dier. Herstellen van de darmbalans of het immuunsysteem kan als op zichzelf staande behandeling gegeven worden, of als aanvulling op andere behandelingen indien nodig.

Wilt u meer weten of hebt u vragen over deze therapie? Neem dan vrijblijvend contact met me op.

By Diane Sari 15 Apr, 2017

Wormen en endoparasieten

De meest voorkomende wormen bij honden zijn spoelwormen, lintwormen, zweepwormen, haakwormen en de eencellige parasieten giardia en coccidia. Spoelwormen zijn de meest voorkomende inwendige (= endo) parasieten bij honden in Nederland. Slechts 3% van de honden in Nederland is geïnfecteerd met spoelwormen en bij veel honden verloopt de infectie geheel zonder symptomen.

Bij katten komen naast bovengenoemde wormen ook nog de rondworm voor en de parasiet die toxoplasmose veroorzaakt.

Bij paarden komen vooral de kleine bloedworm, grote bloedworm, spoelwormen, lintwormen, veulenworm, aarsmaden, paardenhorzel, leverbot en longwormen voor.

Een werkelijke worminfectie komt bij zowel honden, katten als paarden nauwelijks voor. Slechts 5% van de honden in Nederland heeft een worminfectie. Bij katten en paarden blijkt maar een klein percentage een werkelijke worminfectie te hebben. Recent is nogmaals aangetoond dat tot 80% van de paarden niet of slechts heel licht besmet zijn.

Hebben dieren altijd wormen?

Honden kunnen op verschillende manieren besmet worden met wormen. Spoelwormen worden vooral overgedragen door de ontlasting. Een geïnfecteerd dier scheidt eitjes uit met de ontlasting, deze worden rechtstreeks opgenomen door de hond die aan de ontlasting snuffelt of een paard die besmet gras eet. Besmetting kan ontstaan doordat de hond een tussengastheer (bijvoorbeeld een dode muis of rat) opeet. Ook worden larven overgedragen door de placenta en de moedermelk, dit is een van de redenen dat veel pups al bij de geboorte besmet zijn met spoelwormen. Spoelwormen zijn meestal niet met het blote oog waar te nemen, alleen de eitjes worden uitgescheiden de wormen zelf veelal niet.

In antwoord op de vraag of dieren altijd wormen hebben: in veel gevallen wel. Wij mensen vinden dit vaak een vieze gedachte. De vraag is echter of het dier er last van heeft en dat blijkt meestal niet het geval.

We maken een verschil tussen besmetting, infectie en ziekte. Een wormbesmetting hoeft geen probleem te vormen zolang  er een gezonde verhouding bestaat tussen de gastheer (het dier) en de parasiet. Bij verminderde weerstand kan de besmetting echter een infectie worden en kunnen er ziektesymptomen optreden die gerelateerd kunnen worden aan wormen zoals een bolle dikke buik, een doffe vacht of hoesten. Wanneer deze symptomen optreden is de infectie al in een ver gevorderd stadium. De echte oorzaak van de infectie en daarop volgende ziekte moet gezocht worden in de vraag waarom de weerstand van het dier verminderd is.

Wanneer ontstaat er een verhoogd risico op een infectie?

Wanneer het dier ziek is en met name wanneer de darmflora is aangetast door ziekte, antibiotica gebruik of een weerstandsdip. De weerstand kan verminderen door bijvoorbeeld dracht of langdurige stress. Ook overmatig ontwormen heeft een nadelig effect op het darmstelsel.

Wanneer een dier veel vlooien heeft gehad is er een serieuze kans dat het besmet is geraakt met lintworm. Goed om te vermelden: een dier dat getroffen is door een vlooienplaag moet regulier behandeld worden omdat de kwaal erger is dan het middel. Een ernstige vlooienplaag kan leiden tot bloedarmoede en besmetting met spoelwormen. Uiteraard kan tegelijkertijd de weerstand verhoogd worden middels een homeopathische behandeling.

Balans

Een gezond lijf is in balans, die balans houdt ook in dat het om kan gaan met een besmetting zoals al eerder genoemd. Sterker nog: een besmetting houdt het immuunsysteem scherp.Een dier dat continu wordt schoongeveegd bouwt geen weerstand tegen wormen op. Alles draait om balans, de gezondheid moet zo goed zijn dat de worm er wel kan wonen maar geen kwaad kan doen. Parasieten zijn er niet op uit om de gastheer te doden, dat zou namelijk betekenen dat ook zij het niet overleven.

Biedt reguliere ontworming dé oplossing?

Nee. Door overmatig gebruik van ontwormmiddelen krijgen dieren weinig kans om weerstand op te bouwen, dieren worden frequent belast met gifstoffen uit de ontwormmiddelen, maar het ergste is dat het overmatige gebruik van ontwormmiddelen tot resistentie lijdt. De wormen trekken zich steeds minder van de ontwormmiddelen aan en het ziet er naar uit dat er binnenkort geen werkzame stoffen meer over zijn. De zwakste wormen worden gedood en de sterkste wormen zullen achterblijven, op deze manier creëren we dus uiteindelijk super wormen.   

Preventieve ontworming?

Dit is een term die vaak wordt genoemd maar onjuist is. Preventie betekent voorkomen. Een ontwormmiddel kan een besmetting niet voorkomen maar kan alleen een besmetting of infectie behandelen op het moment dat deze ook daadwerkelijk aanwezig is. Behandel  of ontlastingsonderzoek waarbij actieve besmetting is aangetoond. Een wormbesmetting kan middels homeopathie behandeld worden, ook zijn er andere alternatieven die met succes worden gebruikt.

Homeopathische behandeling

Door het preventief inzetten van homeopathische middelen kunnen klachten voorkomen worden, daarom is het belangrijk om een jong dier op te laten groeien onder begeleiding van een homeopathische behandeling. Dit zorgt ervoor dat er een optimale weerstand ontwikkeld wordt. Op het moment dat zich toch een gezondheids- of gedragsprobleem voordoet kan middels homeopathie de balans weer hersteld worden. Gezondheids- of gedragsproblemen leiden vaak tot een verminderde weerstand door de ziekte zelf of door stress als gevolg van het probleem.

Als homeopaat blijven we kijken naar het individuele dier. Zo kijken we onder andere naar de leefomstandigheden en voeding van het dier. Op deze manier kunnen we per dier een passend advies geven bij een behandeling tegen wormen. Wanneer u het gevoelsmatig prettig vindt om met regelmaat te ontwormen of niet telkens ontlasting wilt laten onderzoeken maar geen reguliere medicatie wilt gebruiken dan bestaat er een homeopathisch middel dat ingezet kan worden. Dit bestrijdt de wormen op natuurlijke manier en is ook alleen dan actief wanneer er een infectie aan de orde is. Maar mijn voorkeur gaat uit naar "meten is weten": éérst ontlastingsonderzoek laten uitvoeren en aan de hand daarvan bepalen wat het behandelplan gaat worden.

Wanneer een hond, paard of kat een worminfectie heeft bestaat ook de mogelijkheid om deze met homeopathische middelen te bestrijden. Het is belangrijk om daarna een behandeling te starten om het afweersysteem van uw dier te versterken, om de weerstand te verhogen.

Complementaire behandeling

Naast homeopathie maak ik ook gebruik van andere natuurgeneeskundige middelen om de weerstand van het dier te verhogen of een dier dat in een risicovolle omgeving leeft te beschermen tegen infectie. Voor meer informatie kunt u contact met mij opnemen.


Bronnen:
gezonddier.nl
wormbestrijding.nl
paardnatuurlijk.nl

By Diane Sari 16 Nov, 2016

De december periode is voor veel mensen een feestelijke tijd, maar dat geldt niet voor onze huisdieren. Die ervaren vaak veel stress door met name het vuurwerk dat op sommige plekken al vanaf begin december afgestoken wordt.  

Gelukkig is hier iets aan te doen door uw dier te behandelen met homeopathische middelen. Dit voorkomt dat uw hond of kat steeds angstiger wordt en zorgt voor sneller herstel. Deze behandeling maakt uw dier niet suf of sloom. 

Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van angsten bij dieren, namelijk:
Gevoelige dieren kunnen sneller een angst voor geluiden ontwikkelen
Traumatische ervaringen kunnen er voor zorgen dat de angst steeds opnieuw weer naar boven komt
Het angstige gedrag is door mensen versterkt of aangeleerd
Het angstige gedrag is overgenomen door andere angstige dieren in huis 

Reageert uw dier sterk op geluiden?
Is uw dier gevoelig, schrikachtig en herstelt hij slecht na schrik?
Is hij in de december periode extra alert en snel van slag? 

Start dan tijdig met een homeopathische vuurwerkbehandeling. Hierdoor wordt de mogelijkheid van uw dier om te herstellen van het trauma tijdens de periode rond oud en nieuw vergroot, wat deze periode minder belastend maakt. De homeopathische middelen verminderen de stress, activeren en versnellen het herstel, het zelfvertrouwen kan gaan groeien en de kans dat uw dier na oud en nieuw nog angstiger is dan daarvoor wordt sterk verkleind. 

WIST U DAT …
... deze behandeling ondersteunend werkt naast vuurwerktraining?
... een behandeling ook heel zinvol is om verergering te voorkomen wanneer uw hond al bang is?
... vuurwerkangst voorkomen kan worden door direct na schrik met deze middelen te behandelen?

 Meer weten? Neem dan contact met mij op, ik geef u graag alle informatie. 

By Diane Sari 15 Nov, 2016

8 september

VACCINATIE EN ALTERNATIEVEN
” We laten onze honden vaccineren om ze te beschermen tegen een aantal virusziektes en bacteriële infecties. Het idee daarachter is dat vaccinaties veilig zijn en dat als je hond gevaccineerd is, hij beschermd is. Niet gevaccineerd is niet beschermd en dit brengt risico's met zich mee voor de gezondheid."

Maar klopt dit wel, is dit echt zo?

Een vaccinatie wordt door veel eigenaren onderschat maar is een behoorlijke medische ingreep met veel impact. Er worden meerdere virussen en / of bacteriën in het lichaam geïnjecteerd, samen met stoffen die het immuunsysteem moeten prikkelen. In een natuurlijke besmettingssituatie komen micro-organismen via inademing of de slijmvliezen in het lichaam terecht en bij een goed functionerend immuunsysteem vormen ze geen bedreiging. Ze worden gewoon, samen met miljoenen anderen, met de ontlasting mee uitgescheiden.

Maar als een hond gevaccineerd wordt komen de dode en verzwakte virussen en bacteriën plus de hulpstoffen door inspuiting in het lichaam in de bloedbaan terecht en via de bloedbaan in de hersenen en andere kwetsbare organen. Het lichaam probeert de hulpstoffen uit het lichaam te verwijderen door middel van ontstekingsreacties. Soms onopgemerkt, soms kortdurend (koorts), soms chronisch in de hersenen, darmen of waar ze ook maar terechtgekomen zijn, met als gevolg beschadigingen, littekenweefsel enz.

Een gezonde hond zal dit misschien goed aan kunnen. Bij oude, zieke of heel jonge honden waarvan het immuunsysteem (nog) niet optimaal functioneert kunnen de gevolgen schadelijk en blijvend zijn.

Het lichaam maakt als gevolg van het toedienen van een vaccinatie niet alleen antilichamen maar ook T-killercellen aan die de ongewenste, met virus besmette cellen opruimen en helpen bij het bestrijden van deze virussen. Daarnaast worden er ook geheugencellen aangemaakt die zeer lang, waarschijnlijk levenslang, aanwezig blijven in het lichaam.
Als het lichaam geconfronteerd wordt met een bekend virus zetten de geheugencellen het lichaam aan om op dezelfde effectieve manier te reageren als de vorige keer door het aanmaken van passende antistoffen.

De officiële geldigheidsduur voor Parvo, Hondenziekte en Hepatitis is drie jaar, maar meer dan 95% van de gevaccineerde honden bleek bij onderzoeken (R. D. Schultz) een bescherming te hebben van 7 jaar. Langer is niet onderzocht, dus mogelijk is de beschermingsduur nog langer.

Je hebt als eigenaar verschillende mogelijkheden en keuzes:
.  Vaccineren volgens het huidig gehanteerde, gangbare schema
.  Titerbepaling, vaccineren op maat
.  Niet (meer) vaccineren
.  Optimaliseren van de weerstand en het immuunsysteem van de hond
.  Vaccineren in combinatie met homeopathische begeleiding om bijwerkingen te minimaliseren
.  Homeopathische profylaxe
.  Ontstoren van vaccinaties

VACCINEREN volgens het huidig gehanteerde, gangbare schema
Driejaarlijks: Parvo, Hepatitis en Hondenziekte. Rabiës als je met de hond naar het buitenland gaat.
Jaarlijks: Leptospirose, Kennelhoest.

Er is geen dwingende vaccinatieplicht dwz geen van de vaccinaties zijn wettelijk verplicht, met uitzondering van Rabiës als de hond naar het buitenland gaat. Het is de keuze van de eigenaar om de andere vaccinaties wel of niet te laten geven.

TITERBEPALING, vaccineren op maat
Een titerbepaling meet de hoeveelheid antistoffen in het bloed van het dier. Bij een bepaalde hoeveelheid antistoffen is er voldoende bescherming en is een vaccinatie (nog) niet nodig. Bij de hond is de titerbepaling mogelijk voor Parvo, Hondenziekte en Hepatitis.
Titeren wordt niet alleen bij volwassen honden met een vaccinatie historie gedaan maar is ook bij pups in het nest al mogelijk. Pups krijgen na de geboorte antistoffen mee van de moeder via de biest. Deze antistoffen blijven gedurende een aantal weken werkzaam en nemen daarna af. De hoeveelheid maternale antistoffen kan door middel van titeren bepaalt worden en als deze weg zijn dan is één keer vaccineren voldoende. Vaak ligt dit moment ergens tussen de 8 en 16 weken.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft bepaald dat titerbepalingen een wettelijke status hebben en aantonen dat de hond voldoende beschermd is in situaties waar vaccinaties verlangd worden, bijvoorbeeld in pensions, hondenshows, hondenscholen.

NIET (MEER) VACCINEREN
"Als je kiest voor niet vaccineren moet je kunnen leven met het feit dat je hond een ziekte op kan lopen. Hij kan ernstig ziek worden en in sommige gevallen zelfs komen te overlijden. Maar ditzelfde geldt ook bij de keuze om wel te vaccineren; ook dan kan je hond ernstig ziek worden en hij kan overlijden aan de gevolgen hiervan." (*2)
Veel eigenaren vaccineren omdat ze willen voorkomen dat hun hond bepaalde ziektes krijgt. Maar sommige vaccinaties zijn geen garantie voor bescherming: bij kennelhoest kan er toch een uitbraak van deze ziekte optreden ondanks dat de honden gevaccineerd zijn en een hond die besmet wordt met Leptospirose kan ondanks dat wel ziek worden, hoewel over het algemeen het verloop minder heftig zal zijn.

OPTIMALISEREN VAN DE WEERSTAND EN HET IMMUUNSYSTEEM VAN DE HOND
Als je besluit om niet (meer) te vaccineren wil dit niet zeggen dat je helemaal niets moet of kunt doen. Integendeel.

Er zijn twee soorten immuniteit: aspecifieke en specifieke immuniteit. Je zou kunnen zeggen dat ongeveer 90% van de immuniteit aspecifiek is. Het is algemene weerstand die de hond beschermd tegen allerlei ziekten. Daarnaast is 10% specifiek, bestaand uit antilichamen die erop gericht zijn om één bepaalde ziekteverwekker te bestrijden. Vaccins stimuleren deze specifieke immuniteit door antilichamen productie en daarbij focussen we ons dus op de 10% i.p.v. op de 90%. Terwijl het logischer is om ervoor te zorgen dat de algehele gezondheid ondersteund wordt en dat de hond in een zo optimaal mogelijke conditie is door goede, bij de diersoort passende voeding, goede huisvesting, goede leefomstandigheden en zo min mogelijk stress. Een goede conditie geeft een goede weerstand en het optimaliseert het immuunsysteem van je hond.

VACCINEREN IN COMBINATIE MET HOMEOPATHISCHE BEGELEIDING
Als je toch kiest voor vaccineren, en soms kun je niet anders omdat de hond mee moet naar het buitenland of naar een pension, dan kun je dit met homeopathische begeleiding doen ter preventie van bijwerkingen. Hiermee moet een dag van te voren begonnen worden en dit wordt gedurende 3 dagen gegeven.
Het lichaam wordt als het ware voorbereidt op de vaccinatie die gaat komen en dit vermindert of voorkomt de bijwerkingen die op kunnen treden na een vaccinatie. Dit wordt gedaan door middel van een homeopathische verdunning van de vaccinatie zelf en / of homeopathische middelen, eventueel in combinatie met Schüssler celzouten. Het toedienen van celzouten kan een ondersteuning zijn bij het verwijderen van de hulpstoffen in vaccinaties en kunnen het dier helpen na vaccinatie weer in balans te komen.
Pups die naar het buitenland gaan en vanwege de geldende regels op de leeftijd van 12 weken gevaccineerd moeten worden tegen Rabiës hebben veel baat bij deze vaccinatiebegeleiding omdat Rabiës een erg belastende vaccinatie is en het immuunsysteem van een 12 weken oude pup nog volop in ontwikkeling is. Vaccinatiebegeleiding wordt geadviseerd om klachten en schadelijke bijwerkingen te voorkomen.

HOMEOPATHISCHE PROFYLAXE
Dit systeem is al 200 jaar oud en heeft in meerdere studies en grootschalige praktijktoepassing bewezen effectief te zijn zonder bijwerkingen. Het is een energetische prikkel, deze vorm van preventie tegen besmettelijke ziektes bestaat uit het geven van homeopathische nosodes. Het is geen homeopathisch vaccineren maar homeopathisch immuniseren.

Vaccineren zet het lichaam aan tot het maken van antistoffen op een kunstmatige, tegennatuurlijke wijze, door het injecteren of via de slijmvliezen toedienen van een vaccin.

Homeopathische profylaxe is een methode waarbij homeopathisch gepotentieerde middelen worden gegeven die gemaakt worden van ziekteverwekkers. Er worden geen antistoffen aangemaakt. Het immuunsysteem werkt niet alleen via antistoffen, maar zoals hierboven al beschreven spelen ook geheugencellen een belangrijke rol in het adequaat reageren op een ziekteverwekker. Deze geheugencellen hebben als het ware een databank met informatie over ziekteverwekkers. Als er een indringer langs komt dan onderzoekt de geheugencel of het deze indringer al eens eerder heeft gezien. Als dat het geval is dan wordt het lichaam aangezet om op dezelfde effectieve manier als de vorige keer te reageren, bijvoorbeeld met het aanmaken van de passende antistoffen. HP levert aan de databank van de geheugencel een plaatje, zonder dat de daadwerkelijke ziekteverwekker langs is geweest. HP zorgt er dus niet voor dat het dier de ziekte niet kan krijgen maar zorgt ervoor dat het immuunsysteem adequaat en snel reageert.

Als voorbeeld Leptospirose, een ziekte die door verschillende bacteriën veroorzaakt kan worden.
Als een hond de HP voor Leptospirose heeft gehad en er komt een Lepto bacterie in het lichaam van de hond dan wordt deze herkend en er worden snel afweerstoffen gemaakt tegen deze bacterie. Een stuk sneller dan je kunt verwachten van een (niet gevaccineerde) hond die de ziekte niet eerder heeft doorgemaakt. Een volkomen natuurlijke manier van reageren waarbij in veel gevallen de omgeving niet eens zal merken dat er sprake is geweest van besmetting. Zou je deze hond onderzoeken op antistoffen tegen Leptospirose dan zul je deze aantreffen. Niet als gevolg van de HP maar omdat het lichaam op adequate wijze een Lepto besmetting heeft afgeweerd.
HP is een overweging waard als alternatieve methode voor vaccinatie bij Leptospirose.

In Australië heeft homeopathisch arts Dr. Isaac Golden zich vanaf 1985 gespecialiseerd in het geven van homeopathische middelen ter preventie van potentieel gevaarlijk (kinder)ziekten. In diverse boeken en publicaties rapporteert hij over zijn onderzoeken en die van anderen, die aantonen dat homeopathische profylaxe, dus het geven van homeopathische middelen, een net zo hoge effectiviteit heeft als een vaccin. In 2004 promoveerde hij aan de Medische faculteit van de Swinburne University in Melbourne op zijn onderzoek naar homeopathische profylaxe.

Christopher Day, een Engelse dierenarts heeft veel ervaring opgedaan met het gebruik van HP en claimt goede resultaten. Hij heeft verschillende onderzoeken gepubliceerd waaruit blijkt dat deze preventieve manier van voorschrijven daadwerkelijk werkt. Deze zijn terug te vinden op zijn site www.alternativevet.org.

Je kunt de antistoffen voor Parvo, Hondenziekte en Hepatitis door middel van titerbepaling laten meten, dit geeft een objectief beeld van de beschermingsstatus van de hond. Voor Leptospirose is dit niet mogelijk, hier is de optie jaarlijks vaccineren of niet vaccineren.

Als je wilt voorkomen dat je hond Leptospirose krijgt en je kiest er voor je hond niet te laten vaccineren dan is  HP een methode die aantoonbaar net zo'n goede bescherming geeft als vaccinatie, zonder de schadelijke gevolgen van het vaccin. Het is echter goed om jezelf altijd af te blijven vragen of de toediening van deze prikkel echt nodig is.
Komt Leptospirose voor in jouw omgeving? Behoort je hond inderdaad tot een potentieel kwetsbare of risicovolle groep en is de kans reëel aanwezig dat hij met deze ziekteverwekker in aanraking komt? Is bescherming hiertegen echt nodig?

ONTSTOREN VAN VACCINATIES
Vaccinaties zijn een belasting voor het immuunsysteem en er kunnen ziektes en blokkades door ontstaan.
Als er klachten zijn na vaccinatie of het vermoeden bestaat dat de klachten gerelateerd zijn aan vaccinaties dan zal er allereerst gezocht worden naar middelen die bij de symptomen passen die het dier laat zien. Soms blijkt dat niet te werken omdat er blokkades zijn in het afweersysteem die door vaccinaties zijn ontstaan. Door gebruik te maken van homeopathisch gepotentieerde vaccins (isotherapie) kunnen blokkades opgeheven worden. Dit kan in principe met elke vaccinatie: DHPPi, Leptospirose en Rabiës.


Bronnen:
http://www.earth-matters.nl/

Temminck en A. Rodenburg

http://nvkp.nl/veel vaccinaties/

www.alternativevet.org

http://www.martindemunck.nl/diens profylaxe/

http://peterdobias.com/
http://www.orthomedique.nl/

By Diane Sari 15 Nov, 2016

 14 juni 2016

Als u ooit van plan bent om uw hond de Leptospirose vaccinatie te laten geven, de zogenoemde L4, lees dan eerst deze belangrijke informatie.

De ziekte Leptospirose wordt verspreid door een Leptospira bacterie. Deze wordt overgebracht door urine van geïnfecteerde dieren. Ratten zijn de belangrijkste dragers maar ook honden, varkens en zelfs paarden kunnen de bacterie bij zich dragen. De bacterie komt via geïnfecteerde urine in water en de bodem terecht en kan daar weken tot maanden overleven. Honden lopen een risico op Lepto besmetting als ze een wondje of beschadigde huid hebben en dan in contact komen met de bacterie door besmet water te drinken of erin zwemmen.

Voordat u besluit om uw hond te laten vaccineren is het belangrijk om te weten hoe waarschijnlijk het is dat uw hond een Lepto besmetting zou kunnen oplopen. Want de Lepto vaccinatie is een van de meest belastende en risicovolle vaccinaties voor honden, en het is belangrijk om u hiervan bewust te zijn voordat u besluit tot het wel of niet geven van deze enting.

Vaccinaties tegen bacteriën zoals Lepto werken korter en slechter dan vaccinaties tegen virussen. De bijwerkingen zijn ernstiger omdat het vaccin complete dode bacteriën bevat, die bestaan uit zeer veel eiwitten en al die eiwitten kunnen een allergische reactie opwekken. Daarnaast is het een dood vaccin dat een extra prikkelende stof bevat om het immuunsysteem aan het werk te zetten met nog meer kans op vervelende reacties en schadelijke bijwerkingen. Bij mensen worden er geen vaccins meer gebruikt met hele bacteriën er in omdat deze zo´n grote kans op bijwerkingen hebben.

Als een hond op een natuurlijke manier een besmetting oploopt gebeurt dit meestal via de slijmvliezen van ogen, mond, neus of maagdarmkanaal. Tegelijkertijd vormen die slijmvliezen al een deel van de barrière. Bij een vaccinatie worden de ziektekiemen of delen daarvan direct ingespoten. Verder loopt het dier normaal maar 1 ziekte tegelijk op, maar bij de 3 jaarlijkse vaccinatie – de zogenoemde “cocktail” – worden er gemiddeld wel 7 (!!) tegelijk ingespoten: Parvo, Hepatitis, Hondenziekte (allen virussen) en 4 Lepto bacteriën. Sommige dierenartsen geven op hetzelfde moment dan ook nog Kennelhoest en Rabiës: een onmogelijke hoeveelheid ziekteverwekkers in één keer…

Een vaccin is altijd een beetje verontreinigd met de voedingsbodem waar de ziektekiemen op gekweekt zijn. Dit zijn voor het lichaam vreemde eiwitten waar het immuunsysteem ook op reageert. En om het vaccin goed te houden wordt er een conserveermiddel aan toegevoegd, op aluminium of kwik basis. Kortom, dit geheel is een flinke belasting voor het immuunsysteem, vooral voor pups waarvan het immuunsysteem nog niet volgroeid is.

Een vaccin tegen virussen beschermt tegen virale infecties zoals Parvo, Hepatitis en Hondenziekte doordat het lichaam als reactie op het toegediende vaccin antistoffen tegen deze ziektes aan gaat maken. Het bacteriologische Lepto vaccin vermindert alleen de ernst van symptomen als de hond in aanraking komt met de bacterie en ziek wordt. Het voorkomt de ziekte zelf niet; de hond kan nog steeds ziek worden.

Wat zijn de symptomen van Leptospirose?

De klinische symptomen van een Leptospirose infectie hangen af van de algehele gezondheidstoestand en leeftijd van uw hond. De symptomen openbaren zich 4-12 dagen na blootstelling aan de bacterie: koorts, spierpijn, overgeven, diarree, verlies van eetlust, sloomheid en bloed in de urine. Lepto tast voornamelijk de nieren en lever aan, hierdoor kunnen huid en oogwit gelig worden.

Hoe groot is de kans dat uw hond Leptospirose krijgt?

Als een hond in aanraking is gekomen met Lepto wil dit niet zeggen dat hij ook daadwerkelijk ziek zal worden. Het is zelfs zo dat veel honden geen klinische symptomen vertonen. Van de honden die wel symptomen vertonen overlijden er ongeveer 10%. Er is een studie gedaan in de USA bij 33.000 honden, hiervan bleek 8 % anti lichamen te hebben tegen Lepto. Maar hieruit bleek ook dat een aantal honden die gediagnosticeerd werden als lijdend aan Lepto, helemaal geen Lepto hadden.

Hoe kan dat? Op het moment dat een hond gevaccineerd is tegen Lepto werken diagnostische bloedonderzoeken niet meer. Dus als u met uw zieke hond naar de dierenarts gaat en hij wordt getest op Lepto, en de hond is hier ooit tegen gevaccineerd, dan test hij positief op Lepto. Of hij de ziekte nu daadwerkelijk heeft of niet. Bloedtesten kunnen het verschil niet laten zien tussen antistoffen uit het vaccin en de echte ziekte.

Er zijn ongeveer 230 serovars voor Leptospirose. Zeven hiervan zijn ziekteverwekkend. Hiervan zaten er tot voor kort 2 en sinds 2013, 4 in het vaccin. De WSAVA (World Small Animal Veterinary Association) zegt het volgende over het Lepto vaccin: Lepto vaccins geven een korte termijn immuniteit (3 tot 12 maanden) en de effectiviteit is vaak minder dan 70%. De aanwezigheid van antilichamen na vaccinatie is maar voor een beperkt aantal maanden gegarandeerd.

De Lepto 4 vaccinatie wordt gezien als een van de meest riskante vaccinaties door de hoge kans op ongewenste en schadelijke bijwerkingen omdat de vaccinatie geboosterd moet worden, hij moet 2 keer in korte tijd toegediend worden en dit kan voor het immuunsysteem heel belastend zijn.

De meest voorkomende bijwerkingen van de Lepto 4 vaccinatie: Nierschade, onbehandelbare huidontstekingen, verhoogd risico op kanker door de adjuvans in het vaccin (adjuvans = toevoeging aan vaccin die de immuun respons op het antigeen versterkt), braken en diarree, allergieën, astma, atopische reacties, anafylactische shock, immuun gerelateerde ziektes en overlijden.

Wat de keuze voor wel of niet deze vaccinatie geven extra lastig maakt is dat de Weil vaccinatie gebruikt wordt als oplosmiddel voor de cocktail! Veel dierenartsen melden dit niet eens of zeggen dat de cocktail niet anders toegediend kan worden dan opgelost in de Weil vaccinatie. Dit is niet zo, het kan anders maar daar moet je als eigenaar zelf wel bij de dierenarts op aandringen.

Judith DeCava schrijft in haar boek: “Vaccination: Examining the Record”: Geeft u de vaccinatie NIET dan heeft uw hond een kleine kans op het oplopen van de ziekte. Geeft u de vaccinatie WEL dan loopt uw hond een klein risico om de ziekte te krijgen en een aanzienlijke kans op vaccinatieschade.

‘‘Ik zie nog steeds een groot percentage (30%) honden die niet reageert op het L4 vaccin. Daarnaast veroorzaakt het Leptospirose vaccin, van alle bacteriële vaccins, de meeste bijwerkingen. Het vaccin biedt maar 3 tot 12 maanden bescherming.’’ - Dr. Ronald Schultz

Sinds de wijziging van het Lepto vaccin van 2 naar 4 serovars in 2013 zijn er een flink aantal eigenaren die negatieve bijwerkingen rapporteren hierover. Ik heb bij een aantal dierenartsen nagevraagd of zij in hun praktijken meldingen krijgen van problemen met het Lepto 4 vaccin. Zij zeggen allen van niet, maar zij gaan uit van een klacht die ontstaat binnen 24 uur na toediening en eigenlijk nog korter. Aan de andere kant is er een speciale Facebook groep over ervaringen met deze vaccinatie: “Nobivac Lepto 4, our experiences” en die zijn best heel heftig.

Meer lezen? http://www.dogsnaturallymagazine.com/leptospirosis-vaccine/ Catherine O’Driscoll: What vets don’t tell you about vaccines.

By Diane Sari 15 Nov, 2016

22 juli 2016

Ieder voorjaar komen de vlooien en teken weer tevoorschijn. Deze plaag lijkt steeds heftiger te worden en deze beestjes kunnen voor akelige gezondheidsproblemen zorgen.

Omdat chemische bestrijdingsmiddelen op de omgeving prima werken maar veel bijwerkingen kunnen hebben op een dier zelf, vroeg ik mij af of het mogelijk is om honden op een natuurlijke manier te ondersteunen in hun afweer tegen parasieten.

Wat is een parasiet:

Een parasiet is een levensvorm die zich ten koste van een ander organisme waarmee hij samenleeft (de gastheer) in stand houdt en vermenigvuldigt. De schade aan de gastheer is niet zo groot dat deze aan de relatie ten onder gaat. Hij leeft permanent of tijdelijk in of op zijn gastheer en onttrekt hieraan zijn voedsel.

Parasieten proberen voortdurend hun eigen plek in of op het dier vast te houden en de gastheer moet met behulp van zijn afweersysteem proberen deze parasieten te weren om er zo min mogelijk last van te hebben.

Dieren kunnen ziekteverschijnselen krijgen van parasieten zoals

-een allergische reactie op vlooien en tekenbeten

-ziektes die door teken worden overgebracht zoals lyme, babesiosis

-vlooien zijn de tussengastheer voor de lintworm

Er bestaan veel reguliere / chemische anti vlooien en tekenmiddelen die verkrijgbaar zijn bij de dierenarts, in dierenspeciaalzaken of via het internet. Ze zijn er in tablet vorm, spot-on, shampoo en banden. Deze middelen bevatten bijna zonder uitzondering behoorlijk heftige chemische bestanddelen die niet alleen inwerken op het (neurologische) systeem van de vlo of teek maar ook bij hond of kat heftige reacties kunnen geven.

Een aantal bijwerkingen die genoemd worden n.a.v. het gebruik van reguliere anti vlo en teken middelen (deze lijst is niet compleet):

-Huid-overgevoeligheid: jeuk, krabben, wrijven, haarverlies en roodheid op de toedieningsplaats

-Lusteloosheid

-Gedragsveranderingen: agitatie, rusteloosheid, janken

-Gastro-intestinale symptomen: braken, diarree, kwijlen, verminderde eetlust

-Neurologische verschijnselen zoals onregelmatige bewegingen en spiertrillingen

-Anafylactische shock

-Overlijden

Een vaak gezien probleem is daarbij dat een hond die veel last heeft van vlooien en teken vaak ook gevoelig is voor anti-parasitaire middelen, met soms heftige reacties tot gevolg. Er is zelfs een hele Facebook pagina gewijd aan de bijwerkingen en – soms dodelijke – reacties op het vrij nieuwe middel Bravecto: Does Bravecto kill dogs?

Naast de reguliere bestrijdingsmiddelen zijn er ook nog een groot aantal alternatieve methoden om vlo en teek de baas te blijven, zoals het gebruik van barnsteentjes, knoflook, neempoeder, diatomeeënaarde, tic-clips en kruiden. Deze middelen worden met wisselend succes ingezet en waar de ene eigenaar laaiend enthousiast is, doet het schijnbaar voor andere dieren niets.

Wat kunt u als eigenaar doen?

Allereerst is het belangrijk om de weerstandvan uw hond zo optimaal mogelijk te houden. Factoren die hierbij een rol spelen zijn o.a. een stressvrije omgeving, goede huisvesting, voeding en verzorging die zoveel mogelijk is aangepast aan de behoeftes van het dier.

Daarnaast is er echter ook een verschil in de individuele gevoeligheid van dieren die maakt dat de individuele reacties op parasieten kunnen verschillen.  De meeste eigenaren kennen in hun omgeving wel honden die erg gevoelig zijn en last hebben van vlooien en / of teken, terwijl andere dieren in hetzelfde huishouden, die hetzelfde voer krijgen, op dezelfde manier verzorgd worden en op dezelfde plekken uitgelaten worden, schijnbaar immuun zijn voor deze parasieten.

Dieren met een verzwakt immuunsysteem zoals oudere honden of honden met een chronische aandoening, pups waarvan het immuunsysteem nog volop in ontwikkeling is en dieren die veelvuldig gevaccineerd zijn hebben vaker te kampen met hardnekkige vlooien en teken besmetting.

Hoe sterker het immuunsysteem, hoe sterker de weerstand van het dier tegen een ziekteverwekker.

Maar ook het mentale aspect kan een rol spelen: vaak zijn honden die gevoelig zijn voor parasieten honden die ook mentaal gevoelig zijn. Ze zijn als het ware fysiek en mentaal “slecht afgegrensd”.

Door preventief een aantal natuurlijke middelen in te zetten om de weerbaarheid te vergroten en het immuunsysteem  te versterken krijgt  de hond minder last van vlooien en teken en een minder heftige reactie op hun aanwezigheid.

De middelen die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn een combinatie van homeopathische middelen in hoge potentie, Schüssler celzouten en etherische oliën.

Schüssler celzouten en homeopathische middelen werken van binnenuit om het immuunsysteem te versterken en etherische oliën worden op de vacht van hond aangebracht om parasieten te weren.

Het zijn dus met nadruk géén middelen die vlooien of teken doden.

Samen met een aantal holistisch natuurgeneeskundige collega’s in het samenwerkingsverband Dieren in Balans gaan we de komende tijd onderzoek doen naar de effectiviteit van de combinatie van deze middelen.

Bent u geïnteresseerd of wilt u meer weten? Dan kunt u contact opnemen voor meer informatie.

Dieren, homeopathie & meer

By Diane Sari 19 Jul, 2017

Ik heb onlangs de opleiding HDT gedaan en mag me nu HDT therapeut noemen (Homeopathic Detox Therapist). Naast de klassiek veterinaire homeopathie is dit een mooie aanvulling voor behandelingen in mijn praktijk.

De meeste mensen zijn min of meer bekend met het begrip detox of ontstoren, wat staat voor “ontgiften, het wegnemen van kwalijke gevolgen”. In het lichaam opgeslagen afvalstoffen worden verwijderd met natuurlijke middelen zoals kruiden, sappen en poeders.

HDT staat voor Homeopathic Detox Therapy. Het is een voor mensen ontwikkelde behandelmethode die ook voor dieren uiterst effectief is als er sprake is van een blokkade in de behandeling waardoor deze stagneert, of waardoor het dier terugvalt in klachten. De behandelmethode is gericht op het reinigings- en herstelproces van het lichaam op celniveau.

Verstoringen in lichaamsprocessen die voortkomen uit belastende stoffen ten gevolge van vaccinaties, reguliere medicatie, intoxicaties, antiparasitaire middelen en ziektes, worden tijdens de behandeling stap voor stap ontstoord. Dit gebeurt met gepotentieerde homeopathische middelen die snel, zacht, diep en effectief werken.

Ook dieren kunnen goed met deze HDT-methode behandeld worden; vanaf de geboorte en zelfs daarvoor al komt een dier in aanraking met stoffen die belastend kunnen zijn voor het lichaam. Die kunnen blokkades, verstoringen en complexe ziektebeelden gaan vormen. Het ontstoren hiervan vormt een belangrijk onderdeel van een homeopathische veterinaire behandeling.

Meestal worden vier verschillende potenties in een opeenvolgende reeks gebruikt om de gevolgen van de toxische stoffen of ziektes op te heffen. Indien nodig gebeurt dit in combinatie met voedingssupplementen en voedingsadvies. Orgaanfuncties worden hersteld zodat gezondheidsproblemen verminderen of verdwijnen. 

Blootstelling aan externe belastende stoffen hoeft niet altijd tot een blokkade te leiden. Het lichaam heeft uitstekende manieren om deze toxische stoffen af te voeren, maar gaandeweg kunnen ze zich opstapelen en als het lichaam deze niet meer voldoende af kan voeren wordt  het immuunsysteem van het dier aangetast. Hierdoor kunnen op den duur (chronische) klachten ontstaan. Omdat ieder dier anders is zal de één hier meer of sneller last van hebben dan de ander.

Voorbeelden van veel voorkomende belastende stoffen bij dieren zijn onder andere hormonen, corticosteroïden, verdoving bij operaties, antibiotica, hormoonzalf, vaccinaties, pijnstillers, anti parasitaire middelen en de gevolgen van niet optimale voeding. Met HDT kunnen langdurig bestaande klachten en ernstige chronische ziekten zoals huidklachten, allergieën, maagdarmklachten, ontstekingsgevoeligheid, artrose of auto immuun aandoeningen sterk verbeteren.  Maar ook acute en chronische gevolgen van bijv. vaccinaties kunnen goed worden behandeld.

Binnen de HDT wordt gewerkt vanuit het principe dat externe belastende stoffen een laag veroorzaken die eerst moet worden behandeld voordat genezing kan plaatsvinden.

Deze lagen zijn:

1. Corticosteroïden

2. Vaccinaties

3. Antibiotica en NSAIDs

4. Anesthetica, narcose

5. Ontwormmiddelen

6. Middelen tegen teken en vlooien

7. Overig: darmbalans, immuunsysteem


1.Corticosteroïden

Dexamethason, Prednisolon, Methylprednisolon (Moderin) en Cortison behoren tot de groep van synthetische corticosteroïden. Dit zijn hormoonachtige stoffen, die qua bouw en werking lijken op de natuurlijke corticosteroïden die het lichaam zelf maakt.

Corticosteroïden onderdrukken het afweersysteem, ze hebben een ontstekingsremmende en anti-allergische werking en worden voorgeschreven bij ziekten waarbij ontstekingen een rol spelen zoals huidaandoeningen, reumatoïde artritis, maagdarmontstekingen en auto-immuunziekten.

In de bijnieren worden de corticosteroïden cortisol en aldosteron gemaakt. Deze hormonen hebben een belangrijke werking in het lichaam. Aldosteron beïnvloedt de hoeveelheid water en zouten in het lichaam van de hond en Cortisol, ook wel het stresshormoon genoemd, beïnvloedt de stofwisseling van de hond. De werking van synthetische corticosteroïden is veel sterker dan de natuurlijke vormen.

Bekende bijwerkingen van Prednison en andere corticosteroïden zijn: veel drinken en daardoor veel plassen, erge honger (vraatzucht), hijgen en verandering in gedrag (soms vrolijker, vaker slomer).

Klachten die kunnen ontstaan na langdurig corticosteroïden gebruik zijn o.a. verminderde wondgenezing en verhoogde kans op infecties, osteoporose, spierafbraak, gevoelige en dunne huid, slechte vacht en kaalheid, immuun deficiëntie, gebrek aan energie, gewichtstoename, diabetische klachten, futloosheid en uitblijven van de loopsheid.

2.Vaccinaties

De hoeveelheid vaccins die aan dieren gegeven worden hebben ervoor gezorgd dat we op het punt zijn beland dat een grote groep dieren een overbelast immuunsysteem heeft. De "one size fits all" benadering van vaccins is problematisch voor veel dieren. Elk dier is in essentie uniek, wat betekent dat zijn of haar immuunsysteem ook uniek is. Maar vaccinatieschema's en doses die gebaseerd zijn op uniformiteit houden hier geen rekening mee, waardoor het immuunsysteem van dieren zwaar overbelast wordt. 

Er zijn een aantal belangrijke verschillen tussen een natuurlijke besmetting en vaccinatie.

*Het immuunsysteem bestaat uit 2 belangrijke delen, de humorale en de cellulaire afweer. Door vaccinaties treedt er een geforceerde verschuiving van cellulaire naar humorale afweer op, wat tot verzwakking van het immuunsysteem leidt.

*Bij vaccinatie wordt meestal de primaire afweer (huid en slijmvliezen) overgeslagen. De ziektekiemen worden met een naald in het lichaam ingebracht waardoor alleen het secundaire immuunsysteem wordt geactiveerd (het aanmaken van antilichamen). Het immuunsysteem wordt hierdoor direct belast. Bovendien wordt deze procedure een aantal keren herhaald (boosters en jaarlijkse herhaling van vaccinaties), wat leidt tot bovenmatige stimulering van het immuunsysteem. Normaal gesproken reageert het lichaam bij een natuurlijke herbesmetting eerst met lokale antistoffen en krijgt de ziekteverwekker veelal geen kans het lichaam verder binnen te dringen.

*Door de manier van bereiden van vaccins wordt de structuur van virussen kapotgemaakt en wordt het immuunsysteem blootgesteld aan viraal DNA of RNA. Dit leidt wel tot een massaproductie van antilichamen hiertegen, maar door de grote gelijkenis van dit materiaal met lichaamseigen materiaal kan een auto-immuunreactie ontstaan. Bij bacteriën (bijvoorbeeld Leptospirose) werkt dit anders: antistoffen richten zich op de celwand en niet  op het DNA of RNA. Een auto-immuunreactie is daarom minder snel te verwachten, maar wel allergieën en anafylactische reacties na (herhaaldelijke) vaccinatie.

*Aan een vaccin worden, behalve de ziektekiemen, nog andere stoffen toegevoegd om de werkzaamheid van het vaccin te verhogen, om het vaccin vrij te houden van bij besmetting, en/of om het vaccin te stabiliseren. Deze toegevoegde stoffen zijn vaak toxisch en in veel gevallen verantwoordelijk voor de bijwerkingen die na vaccinatie kunnen optreden.

*Nog een belangrijk verschil is dat vaccins vaak bestaan uit een combinatie van verschillende virussen en bacteriën. Het lichaam wordt aan meerdere ziektekiemen tegelijk blootgesteld, waardoor het immuunsysteem extra zwaar belast wordt.

Omdat het immuunsysteem na vaccinatie heel hard aan het reageren is om genoeg antilichamen te maken heeft het geen tijd om andere dingen te doen. Omdat de weerstand tegen andere indringers op dat moment lager is zien we geregeld na vaccinatie een ontsteking optreden. Beginnende tumoren kunnen ineens gaan groeien omdat het immuunsysteem de afwijkende cellen niet op tijd vernietigt.

Daarnaast kunnen er allergische reacties optreden door de toevoegingen aan de entstof. Dat kan gering zijn, zoals zwelling op de plaats waar is gevaccineerd, tot ernstige reacties als opzwellen van de gehele kop tot aan shock en overlijden van een dier.

Het immuunsysteem kan ook dusdanig ontregeld raken dat het niet meer weet wat wel of geen lichaamseigen cellen zijn, met auto-immuunziektes als gevolg. Inmiddels is algemeen erkend dat AIHA (Auto-Immuun-Hemolytische-Anemie) veroorzaakt kan worden door vaccinatie. Dat is een ziekte waarbij het immuunsysteem de eigen rode bloedcellen afbreekt met bloedarmoede tot gevolg.

Andere klachten die in verband worden gebracht met vaccinaties:

Huidklachten, tumoren, epilepsie, artritis, pancreatitis, diabetes, hyper- en hypoactiviteit, agressie, angsten, vervreemding, gedragsproblemen, schildklieraandoeningen, mutaties, allergieën, vruchtbaarheidsproblemen.

3. Antibiotica

Antibiotica betekenen letterlijk: “tegen het leven”. Antibiotica doden ziekteverwekkende bacteriën en zorgen er zo voor dat deze bacteriën zich niet verder in het lichaam kunnen verspreiden. Het grootste nadelige effect van antibiotica is dat het niet alleen de ziekmakende bacteriën doodt maar ook de bacteriën die nodig zijn voor een gezonde darmflora, waardoor de balans wordt verstoord. In de darmen bevindt zich 80% van het immuunsysteem. De darmen hebben talloze interacties met verschillende organen en staan in verbinding met de hersenen. In de darmen worden ziekteverwekkers herkend en wordt het immuunsysteem in werking gezet. Bij een langer durende verstoring van de darmflora raakt de eerste darmbarrière beschadigd en deze wordt op den duur doorlaatbaar. Schadelijke gisten en schimmels krijgen de kans om te groeien en kunnen door de darmwand lekken, samen met andere schadelijke stoffen. Dit wordt het leaky gut syndroom genoemd, ofwel lekkende darmen.

Hierdoor wordt het immuunsysteem geactiveerd en er ontstaat een langdurige productie van ontstekingsstoffen die naar alle organen en barrières in het lichaam worden vervoerd. Dit zijn laaggradige ontstekingen: ontstekingen waarbij het immuunsysteem aan het werk blijft omdat de ontsteking chronisch is. Het immuunsysteem draait overuren en dit kan resulteren in bijvoorbeeld een auto-immuunziekte. Dit proces kost veel energie die eigenlijk nodig is voor andere organen en processen. Er ontstaan eerst problemen in de darmen (bijvoorbeeld diarree), maar op termijn kunnen allerlei organen aangedaan raken. Pups die al op jonge leeftijd antibiotica toegediend krijgen lopen het risico om een niet optimale darmflora te ontwikkelen. Onderzoeken hebben aangetoond dat dit onder andere kan leiden tot obesitas.

Door antibiotica gebruik kunnen klachten op alle niveaus ontstaan: 

Huidproblemen en allergieën, ontstekingen in het hele lichaam zoals oog- en oorontsteking, maar ook lever en nier ontstekingen en auto-immuunziekten. 

Naast het ontgiften van de antibiotica is het opbouwen van de darmflora een belangrijk onderdeel van de HDT behandeling.

NSAIDs, niet-steroide ontstekingsremmers

NSAID’s hebben een ontstekingsremmend, pijnstillend en koortsverlagend effect. Ze worden vaak toegepast bij acute pijn of chronische (gewrichts) pijn zoals artrose.

NSAID's zijn medicijnen die door middel van remming van het cyclo-oxygenase-eiwit (COX) de vorming van prostaglanines in het lichaam remmen. Prostaglandines stimuleren de waarneming van pijn, verhogen de lichaamstemperatuur (koorts) en zorgen dat bloedvaten open gaan staan (roodheid bij een ontsteking). Door het toedienen van NSAIDs neemt het lichaam de pijn en ontsteking niet meer waar.

Prostaglandines zijn betrokken bij de opbouw van het maagslijmvlies. Doordat NSAID's de vorming van prostaglandines remmen, wordt het maagslijmvlies steeds dunner en kan het gemakkelijk geïrriteerd raken door het maagzuur met chronische maagklachten tot gevolg. NSAID's dienen daarom met voorzichtigheid te worden gegeven.

4. Narcose, anesthetica

Bepaalde anesthetica die bij mensen niet meer mogen worden toegepast zoals ketamine worden bij dieren nog wel gebruikt en kunnen leiden tot ernstige gedragsproblemen. Na narcose zie je vooral leverklachten. Ook zie je mentale klachten, het geleerde gedrag kan bijvoorbeeld verdwijnen. Dieren die dingen niet meer snappen of gedesoriënteerd zijn, of een verstoord dag en nachtritme.

5. Ontwormmiddelen

Regulier wordt het advies gegeven om honden 4 keer per jaar te ontwormen, waarbij pups vanaf de leeftijd van 2 weken elke 2 weken ontwormmiddel toegediend krijgen tot de leeftijd van 10 weken en daarna elke maand tot de leeftijd van 6 maanden. De meeste ontwormmiddelen worden toegediend in tabletvorm.

Preventief ontwormen is echter zinloos, een worminfectie kan immers op elk moment opgelopen worden. Bovendien is iedere ontworming een aantasting van het darmslijmvlies en kunnen frequent toegediende orale ontwormmiddelen dezelfde gevolgen hebben voor de darmflora als antibiotica en leiden tot leaky gut syndroom en weerstandproblemen.

Uit een 2 jarige studie naar het vóórkomen van wormen in honden in Nederland waarbij ontlasting van 2000 honden maandelijks onderzocht werd blijkt dat minder dan 10% van de honden in Nederland is besmet met wormen.

De meest voorkomende klachten na ontworming zijn braken en diarree. Daarnaast worden klachten als jeuk, speekselvloed, ataxie, neurologische verschijnselen, oedeem met name in en rond de bek, verminderde eetlust, versnelde hartslag en depressie gezien. In uitzonderlijke gevallen kan een hond in shock raken.

Het opbouwen van de darmflora is ook hier een belangrijk onderdeel van de HDT behandeling.

6. Anti parasitaire middelen

De stoffen die in deze middelen zitten verlammen teken en vlooien maar blijken ook neurologische verschijnselen bij honden te kunnen veroorzaken met als gevolg een stoornis van het centraal zenuwstelsel, apathie, epilepsie, ataxie.

Daarnaast komt voor: verhoogd bloedsuikergehalte, onregelmatige hartslag, langzame, oppervlakkige ademhaling, trillen, speekselvloed en kwijlen, anorexie, abnormale pupilverwijding, blindheid en desoriëntatie.

Verder is een bij honden vaak waargenomen bijwerking braken, dat meestal in de eerste 48 uur na dosering optreedt.

Langdurig gebruik kan verstoring geven in het hormoonsysteem ten gevolge van een verhoogde oestrogeenspiegel, wat bijvoorbeeld tot prostaatproblemen, onvruchtbaarheid en een onregelmatige cyclus kan leiden.

Een van de meest omstreden middelen van dit moment is het middel Bravecto dat Fluralaner bevat. Bijwerkingen die in verband gebracht worden met Bravecto zijn o.a.:

Bloedarmoede, verhoogde witte bloedcellen, ontstekingen, vermoeidheid, gedragsverandering, diarree en darmontsteking, hartritmestoornissen, alvleesklierontsteking. Hoge koorts, lever en nier functiestoornissen, spierzwakte, epilepsie.

7. Overig: darmbalans, immuunsysteem

Een goede darmflora en een goed werkend immuunsysteem zijn een belangrijke basis voor de gezondheid van een dier. Herstellen van de darmbalans of het immuunsysteem kan als op zichzelf staande behandeling gegeven worden, of als aanvulling op andere behandelingen indien nodig.

Wilt u meer weten of hebt u vragen over deze therapie? Neem dan vrijblijvend contact met me op.

By Diane Sari 15 Apr, 2017

Wormen en endoparasieten

De meest voorkomende wormen bij honden zijn spoelwormen, lintwormen, zweepwormen, haakwormen en de eencellige parasieten giardia en coccidia. Spoelwormen zijn de meest voorkomende inwendige (= endo) parasieten bij honden in Nederland. Slechts 3% van de honden in Nederland is geïnfecteerd met spoelwormen en bij veel honden verloopt de infectie geheel zonder symptomen.

Bij katten komen naast bovengenoemde wormen ook nog de rondworm voor en de parasiet die toxoplasmose veroorzaakt.

Bij paarden komen vooral de kleine bloedworm, grote bloedworm, spoelwormen, lintwormen, veulenworm, aarsmaden, paardenhorzel, leverbot en longwormen voor.

Een werkelijke worminfectie komt bij zowel honden, katten als paarden nauwelijks voor. Slechts 5% van de honden in Nederland heeft een worminfectie. Bij katten en paarden blijkt maar een klein percentage een werkelijke worminfectie te hebben. Recent is nogmaals aangetoond dat tot 80% van de paarden niet of slechts heel licht besmet zijn.

Hebben dieren altijd wormen?

Honden kunnen op verschillende manieren besmet worden met wormen. Spoelwormen worden vooral overgedragen door de ontlasting. Een geïnfecteerd dier scheidt eitjes uit met de ontlasting, deze worden rechtstreeks opgenomen door de hond die aan de ontlasting snuffelt of een paard die besmet gras eet. Besmetting kan ontstaan doordat de hond een tussengastheer (bijvoorbeeld een dode muis of rat) opeet. Ook worden larven overgedragen door de placenta en de moedermelk, dit is een van de redenen dat veel pups al bij de geboorte besmet zijn met spoelwormen. Spoelwormen zijn meestal niet met het blote oog waar te nemen, alleen de eitjes worden uitgescheiden de wormen zelf veelal niet.

In antwoord op de vraag of dieren altijd wormen hebben: in veel gevallen wel. Wij mensen vinden dit vaak een vieze gedachte. De vraag is echter of het dier er last van heeft en dat blijkt meestal niet het geval.

We maken een verschil tussen besmetting, infectie en ziekte. Een wormbesmetting hoeft geen probleem te vormen zolang  er een gezonde verhouding bestaat tussen de gastheer (het dier) en de parasiet. Bij verminderde weerstand kan de besmetting echter een infectie worden en kunnen er ziektesymptomen optreden die gerelateerd kunnen worden aan wormen zoals een bolle dikke buik, een doffe vacht of hoesten. Wanneer deze symptomen optreden is de infectie al in een ver gevorderd stadium. De echte oorzaak van de infectie en daarop volgende ziekte moet gezocht worden in de vraag waarom de weerstand van het dier verminderd is.

Wanneer ontstaat er een verhoogd risico op een infectie?

Wanneer het dier ziek is en met name wanneer de darmflora is aangetast door ziekte, antibiotica gebruik of een weerstandsdip. De weerstand kan verminderen door bijvoorbeeld dracht of langdurige stress. Ook overmatig ontwormen heeft een nadelig effect op het darmstelsel.

Wanneer een dier veel vlooien heeft gehad is er een serieuze kans dat het besmet is geraakt met lintworm. Goed om te vermelden: een dier dat getroffen is door een vlooienplaag moet regulier behandeld worden omdat de kwaal erger is dan het middel. Een ernstige vlooienplaag kan leiden tot bloedarmoede en besmetting met spoelwormen. Uiteraard kan tegelijkertijd de weerstand verhoogd worden middels een homeopathische behandeling.

Balans

Een gezond lijf is in balans, die balans houdt ook in dat het om kan gaan met een besmetting zoals al eerder genoemd. Sterker nog: een besmetting houdt het immuunsysteem scherp.Een dier dat continu wordt schoongeveegd bouwt geen weerstand tegen wormen op. Alles draait om balans, de gezondheid moet zo goed zijn dat de worm er wel kan wonen maar geen kwaad kan doen. Parasieten zijn er niet op uit om de gastheer te doden, dat zou namelijk betekenen dat ook zij het niet overleven.

Biedt reguliere ontworming dé oplossing?

Nee. Door overmatig gebruik van ontwormmiddelen krijgen dieren weinig kans om weerstand op te bouwen, dieren worden frequent belast met gifstoffen uit de ontwormmiddelen, maar het ergste is dat het overmatige gebruik van ontwormmiddelen tot resistentie lijdt. De wormen trekken zich steeds minder van de ontwormmiddelen aan en het ziet er naar uit dat er binnenkort geen werkzame stoffen meer over zijn. De zwakste wormen worden gedood en de sterkste wormen zullen achterblijven, op deze manier creëren we dus uiteindelijk super wormen.   

Preventieve ontworming?

Dit is een term die vaak wordt genoemd maar onjuist is. Preventie betekent voorkomen. Een ontwormmiddel kan een besmetting niet voorkomen maar kan alleen een besmetting of infectie behandelen op het moment dat deze ook daadwerkelijk aanwezig is. Behandel  of ontlastingsonderzoek waarbij actieve besmetting is aangetoond. Een wormbesmetting kan middels homeopathie behandeld worden, ook zijn er andere alternatieven die met succes worden gebruikt.

Homeopathische behandeling

Door het preventief inzetten van homeopathische middelen kunnen klachten voorkomen worden, daarom is het belangrijk om een jong dier op te laten groeien onder begeleiding van een homeopathische behandeling. Dit zorgt ervoor dat er een optimale weerstand ontwikkeld wordt. Op het moment dat zich toch een gezondheids- of gedragsprobleem voordoet kan middels homeopathie de balans weer hersteld worden. Gezondheids- of gedragsproblemen leiden vaak tot een verminderde weerstand door de ziekte zelf of door stress als gevolg van het probleem.

Als homeopaat blijven we kijken naar het individuele dier. Zo kijken we onder andere naar de leefomstandigheden en voeding van het dier. Op deze manier kunnen we per dier een passend advies geven bij een behandeling tegen wormen. Wanneer u het gevoelsmatig prettig vindt om met regelmaat te ontwormen of niet telkens ontlasting wilt laten onderzoeken maar geen reguliere medicatie wilt gebruiken dan bestaat er een homeopathisch middel dat ingezet kan worden. Dit bestrijdt de wormen op natuurlijke manier en is ook alleen dan actief wanneer er een infectie aan de orde is. Maar mijn voorkeur gaat uit naar "meten is weten": éérst ontlastingsonderzoek laten uitvoeren en aan de hand daarvan bepalen wat het behandelplan gaat worden.

Wanneer een hond, paard of kat een worminfectie heeft bestaat ook de mogelijkheid om deze met homeopathische middelen te bestrijden. Het is belangrijk om daarna een behandeling te starten om het afweersysteem van uw dier te versterken, om de weerstand te verhogen.

Complementaire behandeling

Naast homeopathie maak ik ook gebruik van andere natuurgeneeskundige middelen om de weerstand van het dier te verhogen of een dier dat in een risicovolle omgeving leeft te beschermen tegen infectie. Voor meer informatie kunt u contact met mij opnemen.


Bronnen:
gezonddier.nl
wormbestrijding.nl
paardnatuurlijk.nl

By Diane Sari 16 Nov, 2016

De december periode is voor veel mensen een feestelijke tijd, maar dat geldt niet voor onze huisdieren. Die ervaren vaak veel stress door met name het vuurwerk dat op sommige plekken al vanaf begin december afgestoken wordt.  

Gelukkig is hier iets aan te doen door uw dier te behandelen met homeopathische middelen. Dit voorkomt dat uw hond of kat steeds angstiger wordt en zorgt voor sneller herstel. Deze behandeling maakt uw dier niet suf of sloom. 

Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van angsten bij dieren, namelijk:
Gevoelige dieren kunnen sneller een angst voor geluiden ontwikkelen
Traumatische ervaringen kunnen er voor zorgen dat de angst steeds opnieuw weer naar boven komt
Het angstige gedrag is door mensen versterkt of aangeleerd
Het angstige gedrag is overgenomen door andere angstige dieren in huis 

Reageert uw dier sterk op geluiden?
Is uw dier gevoelig, schrikachtig en herstelt hij slecht na schrik?
Is hij in de december periode extra alert en snel van slag? 

Start dan tijdig met een homeopathische vuurwerkbehandeling. Hierdoor wordt de mogelijkheid van uw dier om te herstellen van het trauma tijdens de periode rond oud en nieuw vergroot, wat deze periode minder belastend maakt. De homeopathische middelen verminderen de stress, activeren en versnellen het herstel, het zelfvertrouwen kan gaan groeien en de kans dat uw dier na oud en nieuw nog angstiger is dan daarvoor wordt sterk verkleind. 

WIST U DAT …
... deze behandeling ondersteunend werkt naast vuurwerktraining?
... een behandeling ook heel zinvol is om verergering te voorkomen wanneer uw hond al bang is?
... vuurwerkangst voorkomen kan worden door direct na schrik met deze middelen te behandelen?

 Meer weten? Neem dan contact met mij op, ik geef u graag alle informatie. 

More Posts
Share by: